Semantisch

Semantische interoperabiliteit #

Informatievragen & definities #

De informatievragen per indicator en de bijbehorende definities staan beschreven in het handboek ‘Verpleeghuiszorg kwaliteitskader indicatoren’ en handboek ‘Verpleeghuiszorg Personeelssamenstelling indicatoren’

  • Indicatoren Personeelssamenstelling handboek
  • Indicatoren Basisveiligheid, Totaalscore cliëntervaring handboek

In- en exclusiecriteria #

Clienten #

De uitvraag van deze indicatoren betreft de zorg die aan cliënten verleend wordt volgens de reikwijdte van het Kwaliteitskader: “cliënten met een ZZP indicatie 4 t/m 10, die 24 uur aangewezen zijn op Wlz zorg en ondersteuning. Dit gaat over zorg die geboden wordt aan groepen van cliënten, dan wel zorg die voor een deel van de tijd geclusterd geboden wordt, zoals tijdelijke opnamen. Het kader geldt ook voor situaties waarin mensen kiezen om met een persoonsgebonden budget in groepsverband zorg te krijgen”.

Personeel #

Het personeel waar in deze uitvraag over wordt gesproken betreft personeel dat betrokken is bij de zorg van deze cliënten. Dat betekent dat ook eigenaren van kleinschalige woonvoorzieningen die zelf betrokken zijn bij de zorg meegenomen worden.

Zorgverleners selecteren #

In principe bepaalt elke zorgaanbieder welke personen vallen onder zorggerelateerde werknemers. Een van de manieren is om dit te bepalen op basis van ‘functie’. Hierbij kan bijvoorbeeld de volgende werkwijze worden gehanteerd:

  • a. De zorgaanbieder bepaalt welke functies zorgverlener zijn.
  • b. Of een persoon een zorgverlener is wordt bepaald op basis van de functie van die persoon gedurende een bepaalde periode.
  • c. Dit betreft de functie die vermeld staat in de werkovereenkomst van de werknemer.
  • d. Functies die bijvoorbeeld kunnen vallen onder de definitie van zorgverlener zijn: behandelaren, verpleegkundigen, verzorgenden, helpenden, geestelijk verzorgenden, gastvrouwen, vrijwilligerscoördinatoren, activiteitencoördinatoren, welzijnsmedewerkers, medewerkers activiteitenbegeleiding, beweegagogen, sociaal agogen, leerlingen, medewerkers leefplezier, woonbegeleiders, medewerkers zorg & welzijn, zij instromers met BBL-opleiding, stagiaires, huiskamermedewerkers, SPW-ers, familiecoaches, voedingsassistenten die direct werken met klanten, huishoudelijke medewerkers of facilitaire medewerkers die direct werken met klanten, catering medewerkers die direct werken met klanten, locatiemanagers en teamleiders en anderen als ze (deels) werken als zorgpersoneel.
  • e. Nota bene: De aanwezigheid en/of hoeveelheid direct en indirect cliënt-contact is niet bepalend voor de selectie van functies. Of en in hoeverre de aanwezigheid en/of hoeveelheid cliënt-contact wordt meegewogen in de selectie van functies die als zorgverlener worden aangemerkt, is aan de zorgaanbieder zelf.

Kwalificatieniveau bepalen #

In principe bepaalt elke zorgaanbieder welke personen vallen in een bepaald kwalificatieniveau. Een van de manieren is om dit te bepalen op basis van ‘functie’. Hierbij kan bijvoorbeeld de volgende werkwijze worden gehanteerd:

  • a. Het kwalificatieniveau wordt bepaald op basis van de functie die geregistreerd is bij de werkovereenkomst.
  • b. Elke functie is ingedeeld in maximaal één kwalificatieniveau.
  • c. Een kwalificatieniveau kan meerdere functies bevatten.
  • d. De zorgaanbieder bepaalt in welk kwalificatieniveau een functie wordt ingedeeld. De indeling vindt plaats in een van de 9 kwalificatieniveaus uit de lijst met kwalificatieniveaus uit het Handboek in het kwaliteitskader verpleeghuiszorg.

Toerekening naar de WLZ #

In principe bepaalt elke zorgaanbieder hoe de toerekening naar de Wlz wordt gedaan.
Een van de manieren is om dit te bepalen op basis van ‘organisatieonderdeel’. Hierbij kan bijvoorbeeld de volgende werkwijze worden gehanteerd:

  • a. Een cliënt beschikt gedurende een bepaalde periode over een Wlz-toewijzing met een zzp-pakket tussen de 4 en de 10.
  • b. De cliënt ontvangt binnen de organisatie de zorg die volgt vanuit de toewijzing.
  • c. De organisatie is ingedeeld in verschillende (organisatie-)onderdelen, zoals een team, afdeling, een organisatorische eenheid en/of kostenplaats. Deze onderdelen kunnen ook naast elkaar bestaan.
  • d. De cliënt is (bijvoorbeeld in het ECD) geregistreerd op een bepaald onderdeel van de organisatie.
  • e. Op dit organisatie-onderdeel kunnen meerdere cliënten geregistreerd zijn met diverse zzp-toewijzingen, maar ook met andere of aanvullende zorg die niet onder de Wlz vallen.
  • f. Een zorgverlener registreert zijn/haar uren op een organisatie-onderdeel.
  • g. Het is daardoor onbekend hoeveel uren een zorgverlener aan een specifieke cliënt heeft besteed.
  • h. Het aandeel aan zorg dat besteed is aan Wlz wordt bepaald op basis van het aantal dagen dat een cliënt met een bepaalde zorgtoewijzing is geregistreerd op een organisatie-onderdeel.
  • i. Bijvoorbeeld: Wanneer 2 zorgverleners op jaarbasis in totaal 2.000 uren hebben geregistreerd op een organisatie-onderdeel waar gedurende dat jaar 1 cliënt met een Wlz-toewijzing zzp-4 en een ‘niet-Wlz-cliënt’ staan geregistreerd is de toewijzing 1.000 uren of 0,5.
  • j. Bij organisatie-onderdelen waar de registratie van cliënten plaatsvindt, maar geen zorgverleners zijn geregistreerd (of visa versa), wordt het bovenliggende organisatie-onderdeel en alle onderliggende organisatie-onderdelen als uitgangspunt genomen.
  • k. Bijvoorbeeld: Een organisatie-onderdeel, bijvoorbeeld een locatie, beschikt over 2 (sub-)organisatie-onderdelen, bijvoorbeeld een team en een afdeling. De zorgverleners registeren hun uren op het organisatie-onderdeel team en de cliënten staan geregistreerd op het organisatie-onderdeel afdeling. In dit geval wordt de toerekening van de Wlz op basis van de afdeling toegepast op het team.

Cliënten met een Wlz-indicatie selecteren #

  • a. Cliënten met een Wlz-Indicatie met zzp 4 t/m 10 worden geïncludeerd.
  • b. Deze cliënten beschikken gedurende een bepaalde periode over een Wlz-toewijzing met een zzp-pakket tussen de 4 en de 10.
  • c. Dit betreft cliënten bij wie een van de volgende indicaties zijn geregistreerd (bijvoorbeeld in het ECD): 753, 754, 755, 756, 757, 758 of 759

Benodigde gegevens #

De volgende gegevens zijn benodigd voor de berekeningen Personeel en basisveiligheid.

Personeelssamenstelling #

Basisveiligheid #

Nog niet beschikbaar. Aan deze pagina wordt nog gewerkt en wordt meegenomen in een volgende release.

Berekeningen #

Berekening van de indicatoren vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de aggregatie naar het gewenste niveau (zoals aangegeven in het handboek).

Klik hier voor de (voorbeeld)berekeningen personeelssamenstelling. Zie ook de bijbehorende uitvraagscripts in SPARQL.

De (voorbeeld)berekeningen basisveiligheid zijn nog niet beschikbaar. Deze worden meegenomen in een volgende release.

Bij de berekeningen wordt rekening gehouden met de volgende validaties:

Validatie #

Algemeen #

  • Vraag: levert u zorg volgens de reikwijdte van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg? Alleen als hierop ‘ja’ wordt geantwoord, kunnen gegevens worden aangeleverd;
  • De zorgaanbieder vult ten minste twee keuze indicatoren in, voordat verder kan worden gegaan met het aanleveren van gegevens;
  • Als bij de noemer ‘0’ wordt ingevuld, wordt een foutmelding weergegeven. Als bij een keuze indicator ‘0’ of ’n.v.t.’ wordt ingevuld, wordt de zorgaanbieder teruggeleid naar start;
  • Indien de noemer die wordt ingevuld met meer dan 10 afwijkt van de noemer bij een eerdere indicator, wordt gevraagd of de ingevulde noemer correct is.

Per thema #

  • Decubitus
    • Indien er geen cliënten met decubitus op de afdeling waren in het verslagjaar, is het niet de bedoeling dat deze indicator gekozen wordt
    • Let op: als de organisatie uit één afdeling of locatie bestaat, is de score bij indicator 1.2 altijd 0% of 100%
  • Advance Care Planning: weergave van extra informatie: “Bij deze indicator moeten zowel cliënten met een indicatie WLZ VV ZZP 4 t/m 10 zonder behandeling, als met behandeling worden meegenomen.”
  • Medicatieveiligheid:
    • Let op: als de organisatie uit één afdeling of locatie bestaat, is de score bij indicator 3.1 altijd 0% of 100%
    • De indicator 3.2 kan alleen worden gekozen als er cliënten met behandeling op de locatie aanwezig zijn en deze minimaal zes maanden in zorg zijn
  • Gemotiveerd omgaan met vrijheidsbeperking: NB: Deze indicator vraagt een toetsing van de toegepaste vrijheidsbeperkende maatregelen per cliënt in de afgelopen 30 dagen. Het betreft hier uitdrukkelijk niet de globale afspraken over het gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen zoals deze in de instelling zijn vastgelegd.
  • Continentie: NB: Deze indicator vraagt een toetsing van de vastgelegde afspraken rondom de toiletgang per cliënt. Het betreft hier uitdrukkelijk niet de globale afspraken over het proces zoals deze in de instelling zijn vastgelegd.
  • Kwaliteitsverslag: let op: als het Kwaliteitsverslag op moment van aanleveren nog niet gepubliceerd is, vul dan indien mogelijk de URL in waar deze gepubliceerd zal worden.

Contextinformatie #

Voor contextinformatie in het geval van afwijkingen/ afwijkende cijfers, bijvoorbeeld ten opzichte van het vorige verslagjaar, worden de toelichtingenvelden bij de indicator zelf gebruikt.
Voor contextinformatie bij de aangeleverde cijfers kan het kwaliteitsverslag van de zorgaanbieder worden gebruikt. De zorgaanbieder bepaalt zelf welke contextinformatie meegegeven dient te worden bij bepaalde indicatoren.